Alt
Datum: zaterdag, 5 mei, 2018 - 15:00
Deelnemers:
Emma Cosyns
Viool
Berceuse op. 56
N. Gade
Niels Wilhelm Gade (1817-1890) was een Deens componist, violist en dirigent. Bovendien was hij de zoon van een instrumentenbouwer. Gade schreef stukken voor viool, orkest, orgel en piano. Ik zal voor jullie Berceuse spelen.
Concerto in G op. 24, 1e deel (1e solo)
O. Rieding
Oskar Rieding (1840-1916) was een Duitse violist en muziekleraar. Hij volgde les aan de kunstacademie van Berlijn en later aan het conservatorium van Leipzig. Hij schreef veel muziekstukken voor viool en piano, waaronder het Concerto in Sol Groot op. 24 waaruit ik het 1ste deel voor jullie zal spelen.
,
Janne Vandevoorde
Piano
rêverie
Debussy
Debussy is een franse componist en behoort tot de impressionisten. Deze term duidde aanvankelijk op een school van Franse schilders die haar bloeiperiode had van 1880 tot het einde van de negentiende eeuw. Het impressionisme in de muziek staat voor een benadering die is gericht op het weergeven van stemmingen en zintuiglijke indrukken, met harmonie en klankkleur als belangrijkste middelen. Suggestieve titels en verwijzingen naar natuurlijke geluiden, een 'zwevend' ritme, karakteristieke flarden melodisch materiaal en dergelijke moeten dit streven ondersteunen. Rêverie (in het Nederlands: Mijmerij wat zoiets als dagdromen betekent) is geschreven in 1890. Het werk roept een sfeer van een mooie droom op. Debussy maakte gebruik van abrupte wisselingen in de dynamiek van het stuk.
nocturne opus 55 nr.1
Chopin
Een nocturne is een muzikale compositie die geïnspireerd is op de sfeer van de nacht, een romantisch of dromerig geheel. De Ierse componist John Field (1782-1837) was de eerste die onder deze benaming muziek schreef en geldt als de grondlegger van het genre. Onder invloed van Field heeft Frédéric Chopin deze vorm diverse malen gebruikt voor de piano. De bekendste nocturnes zijn van zijn hand. Chopins' oeuvre bestaat bijna geheel uit composities voor solopiano. Hoewel vele daarvan technisch zeer veeleisend zijn, karakteriseert zijn stijl zich door het benadrukken van subtiele nuance en expressieve diepte. Zijn werk vormt het hoogtepunt van de pianomuziek uit de romantiek.
,
Sofie Maertens
Viool
Berceuse op. 16
G. Fauré
Berceuse op. 16 werd door de Franse pianist en componist Gabriel Fauré geschreven in 1879. In zijn composities zocht hij naar een evenwicht tussen romantische gevoeligheid en strenge compositieregels om te komen tot een eigen stijl, een compromis tussen muzikale taal en vormgeving. Het originele stuk werd gecomponeerd voor viool en piano, maar later paste hij het ook aan voor viool en orkest. Ondanks het feit dat hij zelf niet veel belang aan dit werk hechtte, won het in zijn tijd snel aan populariteit. Fauré droeg het stuk op aan zijn goede vriendin Hélène Depret, die hem, samen met haar echtgenoot, introduceerde in de muzikale kringen in het begin van zijn carrière.
Concertino in D op. 63, 1e deel
L.A. Coerne
Louis Adolphe Coerne was een Amerikaans componist die leefde in de overgang van de 19de naar de 20ste eeuw. Coerne studeerde aan Harvard en volgde daarna een opleiding aan het conservatorium van Stuttgart. Hij schreef stukken voor piano, orkest en waagde zich zelfs aan opera. Dit eerste deel uit het concertino was in eerste instantie bedoeld voor altviool en piano maar werd later ook aangepast voor viool.
,
Ode Maertens
Piano
8 études - tableaux op. 33 nr.7
Rachmaninoff
Sergej Rachmaninov was een Russisch componist, pianist, dirigent en muziekpedagoog. Hij geldt als een van de belangrijkste pianisten van de 20e eeuw en was als componist voortzetter van de Russische romantiek. De Études-tableaux (opus 33 en 39) zijn twee sets van etudes voor piano solo gecomponeerd door de Russische componist Sergej Rachmaninov (1873-1943). Rachmaninov liet zich bij het componeren van de etudes inspireren door enkele schilderijen. Welke dat waren, is niet geheel duidelijk, hetgeen overigens Rachmaninovs intentie was. Rachmaninov componeerde deze reeks Études-Tableaux in 1911 toen hij op het landgoed Ivanovka (zijn zomerresidentie) verbleef. Hoewel het de bedoeling was dat dit werk negen etudes zou tellen, omvatte de eerste uitgave slechts 6 etudes. De nummers 3 en 5 werden er na zijn dood aan toegevoegd.
Het wielewaalt en leeuwerkt
Mortelmans
Lodewijk Mortelmans was een Vlaams musicus, componist, muziekpedagoog, dirigent en organist. Behalve componist en muziekpedagoog, was Lodewijk Mortelmans ook organisator en zakenman. Hij stond mee aan de wieg van NAVEA, het huidige SABAM, de vereniging die in België de materiële belangen van artiesten verdedigt. Hij stichtte mee de Eugène Ysaÿe-wedstrijd voor viool, de huidige Koningin Elisabethwedstrijd. Het pianowerk van Mortelmans heeft een liedachtig karakter, met een lange, zelfstandige melodie ('Hartsverheffing'), een begeleidend karakter van harmonisatie en stemvoering en meestal een intieme toon ('Miniaturen'). Tot zijn bekendste pianowerken horen Vier lyrische stukken (1919), Het wielewaalt en leeuwerkt (1921) en Saidja's lied (1929). Mortelmans heeft in Vlaanderen de brug geslagen tussen de romantiek en het impressionisme. Mortelmans
Ensembles:
Ensemble
Koen Coppé
PFDeelnemers: Cracco, Elien - H3 (ins) - leerling van Coppé, Koen; Lepoudre, Tim - H3 (ins) - leerling van Coppé, Koen; Priem, Emma - H3 (ins) - leerling van Coppé, Koen; Verbist, Karolien - H3 (ins) - leerling van Coppé, Koen;
Quartet
Kochel NR 285 revidiert von M; Scwedler
Allegro